Nieuwbouw

H
et is enorm boeiend om een nieuwe viool te maken uit een prachtig stuk ruw hout van esdoorn of fichte, schitterend om te zien en naar je vermoedt drager van een uitnemende klank.
Vanuit die inspiratie doe je het uiterste wat in je vermogen ligt. Er is een belangrijk verschil tussen een meesterviool (dus gemaakt door één vioolmaker) en een serieproduct.
Machinaal bouwen gaat sneller, maar leidt tot een gemiddelde kwaliteit. Bouw je traditioneel volgens de regelen der kunst (en niet seriematig), dan bereik je het hoogste resultaat: een uniek exemplaar komt tot stand.
Vioolbouw is een springlevend vak met een lange voorgeschiedenis vol ambachtelijkheid.
 
Een nieuw gebouwd meesterinstrument is een uitstekend alternatief voor een oude meester. Veel musici hebben dit inmiddels begrepen. De prijs van een nieuw instrument is een fractie van die van een oude meester. Bedenk dat de oude violen en celli die wij nu als grote kunstvoorwerpen koesteren ooit  nieuw  zijn geweest.

 


 

Ik zie mijzelf als beoefenaar van een kunstzinnig ambacht. Ambachtelijk omdat wij vioolmakers nog steeds dezelfde technieken toepassen die eeuwen geleden ook werden gehanteerd. Kunstzinnig omdat er veel aan de eigen ideeën en idealen overgelaten wordt.

Wetenschappers hebben decennia lang gezocht naar het geheim van de viool, en vele pogingen ondernomen dit geheim te vangen in grafieken en getallen. Maar het zijn de bekwame instrumentmakers die  zonder  wetenschappelijke benadering maar wel toegerust  met  traditionele technieken en artistiek talent de prachtige instrumenten hebben gecreëerd en nog steeds creëren. Het is deze traditie die mij als uitgangspunt dient. Er zijn op weg naar het eindresultaat zoveel beslissingen te nemen dat er veel ruimte overblijft voor de eigen artistieke inbreng.

Uiteindelijk blijft de grote fascinatie: klank. Een klank die resulteert in muziek.